De instrumenten

In de kerk staan diverse instrumenten waaronder het beroemde Holtgräve orgel dat nationaal bekend staat als één van de fraaiste orgels van het land.

Holtgräve orgel

Het hoofdorgel van de Lebuinuskerk is tussen 1836 en 1839 gebouwd door de beroemde orgelbouwer Johann Heinrich Holgräve. Bij de bouw zijn diverse registers en onderdelen van het oorspronkelijke F.C. Schnitger orgel uit de 16e eeuw gebruikt. De oorsprong van het orgel gaat terug tot de tijd waarin de oom en de grootvader van Jan Pieterszoon Sweelinck organist waren in de Lebuinuskerk. De bouwer en de omvang van het oorspronkelijke orgel zijn niet bekend. Na herstelwerkzaamheden en verhuizingen van het orgel in de kerk door o.a. Jan Morlet II waarbij Jan Pieterszoon Sweelinck visitator was, werd in 1664 door Jan Smit(s) een nieuwe kast voor het orgel gemaakt. In 1720 tot 1722 heeft een grote vernieuwing van het orgel plaatsgevonden door Frans Casper Schnitger, maar helaas zijn hiervan geen gegevens bewaard gebleven. Wel is bekend dat Holgräve veel waardering had voor het werk van Schnitger waarbij hij voor de vernieuwing van het orgel een voorstel heeft gedaan met inachtneming van het originele materiaal, constructie en windvoorziening. Omdat Holgräve nog niet bekend genoeg was, werd de opdracht voor een nieuw bestek aan de vermaarde orgelbouwer Bätz gegeven. Holgräve schreef in op het bestek voor NFL. 9.890,- en kreeg het werk gegund. Op 18 augustus 1838 was het werk gereed en stelden de keurmeesters vast dat het orgel “onder de fraaiste orgels in het land” genoemd mag worden. Holgräve overleed in 1844. Sindsdien zijn er vele restauraties en herstelwerkzaamheden aan het orgel uitgevoerd, waarbij steeds gezocht is naar mogelijkheden om zo dicht mogelijk bij het originele historische orgel te blijven. Op dit moment is het orgel één van de meest gewaardeerde instrumenten in het Nederlandse orgellandschap.

Koororgel

De bouw van het koororgel werd in 1942 tijdens de Tweede Wereld oorlog begonnen en het instrument kon uiteindelijk in 1950 worden voltooid. De orgelmaker was fa. Willem van Leeuwen te Leiderdorp, die het orgel een elektro-pneumatische tractuur meegaf. Hierdoor werd het mogelijkheid om de speeltafel op het hoogkoor te plaatsen en het eigenlijke instrument boven de ingang Grote Poot. Het ontwerp van de eikenhouten orgelkas is van de hand van de bekende architect Van Nieuwkerken te Gorssel. Veel van het gebruikte hout was afkomstig van gebombardeerde en deels uitgebrande woningen in de Deventer binnenstad. Het houtsnijwerk en de ornamenten zijn van de Deventer beeldhouwer Budde. Bij de laatste restauratie van de kerk kon het nog ontbrekende deel van het snijwerk worden gecompleteerd.

Tijdens de recent uitgevoerde restauratie door de fa. Pels en Van Leeuwen te ‘s-Hertogenbosch is de tractuur van speeltafel naar windlade in het orgel vervangen. De bekabeling uit de Tweede Wereldoorlog was te zeer vergaan om nog te kunnen worden gebruikt, met als gevolg een toenemend aantal storingen in het instrument. Er is nu gekozen voor een digitale verbinding tussen speeltafel en orgel geheel naar de eisen van de huidige tijd.

Het orgel is speciaal bedoeld voor ondersteuning van de diverse vormen van diensten en litugische vieringen op het hoogkoor en voor samenspel met koren bij diverse concerten. Omdat het orgel de toonhoogte en temperatuur kreeg, die Van Oeckelen in 1892 aan het hoofdorgel gaf, is samenspel tussen beide instrumenten in de kerk in principe mogelijk.

Kistorgel

In januari 2009 is een lang gekoesterde wens van Em.cantor-organist Jan Kleinbussink in vervulling gegaan en bezit de Grote Kerk nu permanent een eigen kistorgel voor eredienst, cantoraat en basso continuo. Gezien de specifieke functie en situatie in de Grote Kerk was het nodig een geheel nieuw concept te ontwikkelen. In nauwe samenwerking met de fa. Klop te Garderen is een orgel ontwikkeld, dat aparte registers voor het spelen van continuo-partijen bij zangers en instrumentalisten heeft een Holpijp 8-voet en een Fluit 4-voet en daarnaast een speciaal prestantregister voor koor- en ook gemeentezang-begeleiding. Deze prestant is een open houten register (vanaf c-klein) en om deze, relatief grote pijpen een plaats te kunnen geven in het orgelkastje is het instrument qua afmeting ook iets groter dan het standaard kistorgel. Daarnaast was er nog een complicerende factor: de toonhoogte van beide orgels in de Grote Kerk (hoofdorgel en daarvan afgeleid: het koororgel) is aan het einde van de 19de eeuw door het afsnijden van het historisch pijpmateriaal zodanig gewijzigd, dat de basistoonhoogte, gerekend naar de huidige muziekpraktijk, nu veel te hoog staat afgesteld (a=446/447Hz). De Prestant 8 voet van het kistorgel is op deze toonhoogte geïntoneerd en afgestemd (maar kan desgewenst terug naar 440Hz). Samenspel met het hoofdorgel en het koororgel is daardoor mogelijk. Doordat het kistorgel twee afzonderlijke achtvoets-registers heeft gekregen naast het viervoets-register kan het orgel als continuo-instrument functioneren en, zelfs in directe afwisseling, met de ‘Holtgräve’-achtvoet samenspelen met de beide andere orgels.

Bron: www.jankleinbussink.nl

Concertpiano

Er staat nog een vleugel in de kerk die gebruikt wordt voor allerlei concerten.