Reprise van De Tovenaarsleerling

Het orgel wordt wel de ‘keizer’ van alle instrumenten genoemd. Maar je kunt er niet zo makkelijk bij komen. Daarom is dit instrument bij vele kinderen onbekend. Frank Groothof heeft een voorstelling gemaakt die kinderen in contact brengt met dit fascinerende instrument.

‘O, dus we gaan iets improviseren?
Ja.
Nou, begin dan maar.
Nee, jij moet beginnen.
Wat moet ik dan spelen?
Sla maar een toon aan.
Ja, maar welke toon dan?
Weet ik veel, je lievelingstoon.
Maar ze zijn me allemaal even lief.
Nou, dan sla je ze toch allemaal aan…‘

En zo, met een enorme herrie, begint: DE TOVENAARSLEERLING

Het lijkt wel of het feest is op het kasteel, de honden blaffen, de stalknechten schreeuwen en rennen heen en weer. De kasteelheer gaat op jacht! Hij zet zijn voet in de stijgbeugel……… Hé, maar wat is dat nou voor rare toon….die is vals in het akkoord! O, ik zie het al, de kasteelheer kan niet op zijn paard komen, het is hem in zijn rug geschoten! Hij denkt: “Lieve help, ik word toch niet oud?” Maar als hij over de eerste schrik heen is en om zich heen begint te kijken, ziet hij dat het kasteel, dat ooit prachtig moet zijn geweest, ook oud is geworden. Hij ziet opeens de grote kieren in de muren en merkt dat het overal vreselijk tocht, dat de wandtapijten rafelig en vaal zijn geworden, dat er houtworm in de gebeeldhouwde tafelpoten zit. De kasteelheer krijgt het opeens koud van de tocht en begint te piekeren over de toekomst. De kieren moeten gerepareerd worden en nieuwe gordijnen bestelt. Hij moet warme sokken kopen en voorraden inslaan. En daar is natuurlijk geld voor nodig. Hij denkt anders nooit aan geld, van dat soort zaken weet hij eigenlijk niets af. Het past niet bij iemand van edele komaf om zich met geldzaken te bemoeien, zegt hij altijd. Maar ja, zijn geldkoffers zijn leeg ….. “Ik zit klem. Waar haal ik in hemelsnaam goud vandaan? Ik heb nooit gewerkt en ik ben ook niet van plan om er nu nog aan te beginnen. Ik moet iets anders bedenken, en snel ook. Maar wat? Wacht eens, die tovenaar, die aan de andere kant van de berg woont! Iemand moet naar die tovenaar toe. Hans moet dat maar doen! Hans, zoon, ik wil je spreken. Het wordt hoog tijd dat je de wereld in trekt om je fortuin te zoeken. Aan de andere kant van de berg woont een tovenaar in het woeste woud. Jij gaat naar die tovenaar toe om de kunst van het goud maken te leren……..”